Eén kader, drie omzettingen
De Europese richtlijn over de energieprestatie van gebouwen, in haar herziene versie van 2024, stelt koolstofneutraliteit van het gebouwenpark tegen 2050 voorop. Zij geldt voor de drie gewesten.
Buiten die gedeelde doelstelling verschilt alles. Drempels, terminologie en kalender zijn eigen aan elk gewest.
| Gewest | Certificering | Nieuwbouwstandaard |
|---|---|---|
| Vlaanderen | EPB | eigen indicatoren en drempels |
| Wallonië | PEB | Q-ZEN sinds 1 januari 2021 |
| Brussels Hoofdstedelijk Gewest | PEB | eigen indicatoren en drempels |
De afkortingen zelf zijn een valstrik. EPB in Vlaanderen, PEB in Wallonië en Brussel, dekken geen identieke rekenmethoden. Een in het ene gewest behaald niveau vertaalt zich niet mechanisch naar het andere.
Wallonië verscherpt zijn eisen in 2026
Een recente evolutie weegt rechtstreeks op de kost van nieuwbouw. Zij betreft de standaard die sinds 2021 in Wallonië geldt.
Sinds 1 januari 2021 moeten te bouwen gebouwen de Q-ZEN-standaard halen, dat wil zeggen een bijna nulverbruik, met een hoog isolatieniveau, gecontroleerde luchtdichtheid en gebruik van hernieuwbare energie. Die standaard wordt vóór elke raming op het gewestelijke energieportaal nagekeken.
Sinds 1 januari 2026 geldt een bijkomende eis: nieuwe en daarmee gelijkgestelde gebouwen moeten minstens 35 % hernieuwbare energie opnemen in hun jaarlijkse primaire energieverbruik. Voor gebouwen met een totale nuttige oppervlakte vanaf 1 000 m² moet dat percentage minstens 15 % omvatten uit systemen die energie uit hernieuwbare bronnen benutten.
Die eis heeft een rechtstreeks budgettair effect: zij stuurt de uitrustingskeuzes vanaf het ontwerp en laat zich op het einde van het project niet inhalen. De uitrustingskeuzes liggen dus vanaf de schetsfase vast.
Bij renovatie blijven de Waalse eisen die sinds 2017 gelden ongewijzigd.
De drempel van de ingrijpende renovatie
Een gemeenschappelijk punt voor de drie gewesten, met eigen modaliteiten per gewest. Het betreft de drempel voor ingrijpende renovatie.
Wanneer een renovatie een bepaald percentage van de gebouwschil overschrijdt, kantelt zij naar een regime van verscherpte eisen, op meerdere punten vergelijkbaar met nieuwbouw, met name inzake ventilatie. Het exacte percentage en de eisen verschillen per gewest.
Die drempel werkt als een budgettaire klif. Een project net eronder en een project net erboven kosten niet hetzelfde, terwijl zij nagenoeg hetzelfde programma hebben.
Nagaan aan welke kant van de drempel een project ligt, is dus een ramingsstap op zich, en soms een afwegingshefboom. Onder de drempel blijven kan de volledige economie van het project wijzigen.
Het bestaande patrimonium wordt een kostenfactor
Dit is de belangrijkste evolutie van de jongste jaren, en zij verandert de aard van het onderwerp. De verplichtingen wegen voortaan op het bestaande patrimonium.
De drie gewesten voeren mechanismen in die verplichtingen leggen op bestaande gebouwen, en niet langer enkel op nieuwbouw. Hun afbakening en kalender worden gewest per gewest nagekeken.
In Vlaanderen geldt een renovatieplicht na de aankoop van een onvoldoende presterend pand, met een bepaalde termijn.
In Wallonië werd de kalender in december 2025 volledig herzien, nadat het vorige plan door de sector als onrealistisch werd beschouwd. Het nieuwe kader beoogt onder meer het verdwijnen van de slechtste labels en voorziet werkverplichtingen gekoppeld aan transacties.
In Brussel omkadert een gewestelijke renovatiestrategie eveneens het traject van het patrimonium.
Eén onrechtstreeks mechanisme verdient vermelding wegens zijn onmiddellijke financiële uitwerking: in Wallonië bepaalt het label de indexering van de huurprijzen, waarbij de slechtst presterende woningen er niet langer van kunnen genieten. Het label wordt zo een economische en niet enkel een technische variabele.
De Waalse kalender wordt door de bronnen uiteenlopend voorgesteld, zowel over de data van inwerkingtreding als over de vereiste niveaus. Toetsing bij de gewestelijke administratie is onmisbaar vóór elke verbintenis.
Wat dit voor de kostprijs verandert
Vier concrete gevolgen.
De conformiteitskost is gewestelijk. Eenzelfde programma heeft niet dezelfde minimale kost naargelang het gewest, los van elke kwaliteitskeuze.
De verplichting laat zich niet inhalen. Energie-eisen worden bij het ontwerp beslecht, via schil, oriëntatie en uitrusting. Een late correctie kost onevenredig veel.
De aankoop van een bestaand pand brengt een geprogrammeerde last mee. Het conformiteitsbudget hoort in het financieringsplan, niet bij latere projecten.
De gebruikswaarde hangt af van het label. Huurindexering, toegang tot steun en verkoopwaarde hangen ervan af, wat de afweging tussen renoveren en niets doen verplaatst.
Wat dit betekent voor een raming
Drie regels.
Benoem het gewest vóór u de prestatie raamt. Geen enkel niveau, geen enkele indicator en geen enkele drempel is van het ene gewest naar het andere over te zetten.
Toets de positie ten opzichte van de drempels voor ingrijpende renovatie, die het toepasselijke regime kunnen wijzigen.
Dateer elke aangehaalde eis. Deze materie evolueert meermaals per legislatuur, en een eis van een jaar geleden kan verscherpt zijn.
Dit artikel geeft de stand van de regelgeving op de controledatum weer en dient als vakinhoudelijke oriëntatie. Het vervangt geen juridisch advies en geen onderzoek van het concrete geval.