Blog

Kantoren en handelsruimten

📐 Artikel5 min leestijd

Wat u in dit artikel vindt Waarom tertiair vastgoed in twee afzonderlijke begrotingen wordt geraamd, welke oppervlakte als noemer dient, wat handel aan kantoor toevoegt, en waarom een tertiair kengetal het minst overdraagbaar is.

Tertiair vastgoed wordt niet geraamd zoals woningbouw, en om een structurele reden: twee verschillende actoren dragen twee verschillende begrotingen op hetzelfde gebouw. De verhuurder draagt het casco en de gebruiker draagt zijn afwerking.

Twee begrotingen, twee actoren

Niveau Wie draagt het Wat het dekt
Casco en kern eigenaar of ontwikkelaar structuur, gevel, dak, circulaties, gemeenschappelijk sanitair, primaire technieken
Huurdersafwerking de gebruiker scheidingswanden, afwerking, eindtoestellen, ingebouwd meubilair

Een kengetal voor een kantoorgebouw kan dus het ene, het andere of beide beschrijven. Het verschil tussen de drie lezingen is aanzienlijk, en het is de eerste bron van onbegrip in dit segment.

Vóór elke vergelijking luidt de vraag dus: dekt deze prijs het casco alleen, de afwerking alleen, of het geheel. Een kengetal zonder antwoord op die vraag is onbruikbaar.

Opnieuw de vraag van de noemer

Zoals bij collectieve woningbouw bestaan meerdere oppervlakten naast elkaar, en de terminologie van de vastgoedmarkt valt niet samen met die van de bouw. De verhuurbare en de bebouwde oppervlakte lopen merkbaar uiteen.

Bebouwde oppervlakte, verhuurbare oppervlakte en nuttige oppervlakte dekken niet hetzelfde. Circulaties, sanitair, technische lokalen en kokers worden anders behandeld naargelang de gekozen afspraak.

Een kengetal betrokken op de verhuurbare oppervlakte ligt hoger dan een op de bebouwde, aangezien de teller werken omvat die van de noemer zijn uitgesloten.

Dit punt komt ten gronde aan bod in het artikel over de referentieoppervlakten. De meetmethoden worden er één voor één vergeleken.

Wat bij kantoren doorweegt

Drie families bepalen het verschil met woningbouw. Zij betreffen de technieken, de exploitatielasten en de flexibiliteit.

De technieken. Ventilatie, koeling, elektrische distributie, zwakstroom, detectie en beveiliging vertegenwoordigen een merkelijk groter aandeel dan bij woningbouw. Het is de post die beide programma's het sterkst onderscheidt.

De flexibiliteit. Een plateau dat tijdens zijn levensduur meermaals wordt heringedeeld, vereist stramienen, vermogensreserves en technische distributies die bij de bouw kosten en zich in de exploitatie terugverdienen.

De gevel. Zij draagt tegelijk het beeld, de energieprestatie en het visuele comfort. Haar prestatieniveau doet het kengetal aanzienlijk variëren, zonder dat het programma wijzigt.

Wat handel toevoegt

Handel deelt de logica van het kantoor maar voegt eigen beperkingen toe. De etalage en de toegankelijkheid voor publiek zijn de voornaamste.

Toegankelijkheid en stromen. Leveringen, reserves, publiekscirculatie en evacuatie volgen dimensionerende eisen.

De etalage. Zij is een technisch werk op zich, met inzet op veiligheid, thermische prestatie en blootstelling.

Uitrusting gekoppeld aan de activiteit. Afzuiging, koeling, afvalwaterbehandeling of specifiek elektrisch vermogen behoren tot de uitbater en niet tot het casco, maar bepalen de te voorziene reserveringen.

Inplanting op het gelijkvloers van een gemengd gebouw voegt akoestische en structurele raakvlakken toe met de woningen erboven.

Waarom een tertiair kengetal slecht overdraagbaar is

Drie redenen maken dit segment minder kengetalgeschikt dan woningbouw. Het kengetal dient er als grootteorde en niet als ramingsinstrument.

Het programma is heterogener. Twee kantoorgebouwen van dezelfde oppervlakte kunnen sterk verschillende serviceniveaus hebben.

De exploitatie speelt mee. Ontwerpkeuzes worden verantwoord door exploitatiebesparingen, wat een bouwkengetal niet vat.

De reglementaire eisen hangen af van gebruik en bezetting, met drempels die verplichtingen inzake veiligheid en toegankelijkheid doen ontstaan.

Wat gewest en gemeente toevoegen

Zoals overal in België behoren stedenbouwkundige regels, bodembestemming en energie-eisen tot de gewesten. De drie gewesten leggen noch dezelfde drempels noch dezelfde procedures op.

In dicht weefsel komen beperkingen inzake werftoegang en aanpaling erbij, die zwaarder wegen op een stedelijke tertiaire operatie dan op een bouw in de rand. Dit punt komt aan bod in het artikel over Brussel.

De bodembestemming bepaalt bovendien of kantoor of handel op een bepaalde plaats überhaupt mogelijk is, wat vóór elke kostenstudie wordt nagegaan. Die toetsing gaat dus aan elke economische haalbaarheidsstudie vooraf.

Wat dit betekent voor een raming

Vier regels.

Scheid beide begrotingen van meet af aan. Casco en afwerking tellen slechts correct op indien zij onderscheiden werden.

Benoem de referentieoppervlakte, met vermelding of zij tot de vastgoed- dan wel de bouwterminologie behoort.

Raam de technieken afzonderlijk. Het is de meest variabele post en die welke twee schijnbaar gelijkaardige projecten het sterkst onderscheidt.

Toets de bestemming vóór de kostprijs. Een perfect kengetal op een terrein waar het gebruik niet is toegelaten, dient tot niets.

Dit artikel geeft de stand van de vakgebruiken op de controledatum weer en dient als oriëntatie. Het vervangt geen juridisch advies en geen onderzoek van het concrete geval.

Veelgestelde vragen

Omdat twee actoren twee verschillende budgetten dragen op hetzelfde gebouw: het casco voor de verhuurder, de afwerking voor de gebruiker.

Er moet worden vermeld of hij het casco alleen, de afwerking alleen of het geheel dekt. Zonder die precisering heeft de vergelijking geen zin.

Zij deelt dezelfde logica maar voegt eigen beperkingen toe, met name de etalage en de toegankelijkheid voor publiek.

Minder goed dan bij woningbouw. Het kengetal dient er als grootteorde, want de programmavariatie maakt elke raming projecteigen.

Bouwkosten per m² in België: gids per gewest