Blog

Meetstaat BIM en codering

📐 Artikel5 min leestijd

Wat u in dit artikel vindt Wat het digitale model werkelijk aan de meetstaat verandert, waarom het koppelen van hoeveelheden aan posten handwerk blijft, waar de codering wordt beslist, en wat zich niet laat automatiseren.

Een digitaal model levert hoeveelheden. Het levert geen meetstaat.

Het verschil zit in de koppeling: van een gemodelleerd object naar een meetstaatpost gaan veronderstelt een beslissing, en die beslissing heeft in België geen algemene automatische oplossing. Geen enkele software neemt die beslissing in de plaats van de opsteller.

Wat het model werkelijk verandert

Drie bijdragen zijn reëel en meetbaar.

De betrouwbaarheid van geometrische hoeveelheden. Oppervlakten, volumes en lengtes uit een samenhangend model zijn betrouwbaarder dan een handmatige opmeting, en zij herberekenen zich meteen na een wijziging.

De traceerbaarheid. Elke hoeveelheid hangt aan een identificeerbaar object, waardoor men weet waar zij vandaan komt.

Het opsporen van geometrische tegenstrijdigheden, wat vooraf problemen blootlegt die anders pas op de werf zouden opduiken.

Wat het model niet verandert: de bepaling van de omvang van een post. Een gemodelleerd object zegt niet welke bijkomende lasten, afwerkingen of toleranties eraan hangen. Dat blijft in de beschrijving.

Waarom de koppeling bewerkelijk blijft

De oorzaak is structureel en ligt in de aard van de classificatiesystemen, uitgelegd in het artikel over het federale kader en de coderingen. Een object classificeren en het beschrijven blijven twee onderscheiden verrichtingen.

De Belgische voorschriftenkaders zijn opsommend. Elk element neemt één plaats in in één boomstructuur.

De classificatiesystemen in digitale omgeving zijn overwegend facetsystemen. Een object krijgt meerdere codes volgens meerdere onafhankelijke assen.

Van de tweede naar de eerste gaan komt neer op het herleiden van een meerdimensionale beschrijving tot één plaats. Dat is ontwerpwerk, geen conversie, en het hangt af van het project, het gekozen detailniveau en de afgesproken conventies.

Waar de codering wordt beslist

Dit is het belangrijkste praktische punt, en het speelt zich af bij de start van het project. Het betreft de keuze van de codering.

De codering in een digitaal project volgt uit een uitdrukkelijke keuze: zij kan genormaliseerd, eigendomsgebonden of specifiek voor het project bepaald zijn, en die keuze wordt vastgelegd in de documenten die de digitale samenwerking omkaderen. Die keuze wordt in het projectprotocol vastgelegd.

België beschikt over een nationaal referentieprotocol voor gebouwen, dat die samenwerking structureert en voorziet dat deze conventies worden bepaald in plaats van ondergaan.

Drie vragen moeten er een antwoord vinden. Zij betreffen de codering, het detailniveau en de verantwoordelijkheid voor de koppeling.

Welk classificatiesysteem wordt gebruikt, en op welk detailniveau.

Hoe gebeurt de koppeling aan de posten van het voorschriftenkader dat op de opdracht van toepassing is.

Wie maakt de meetstaat op vanuit het model, en onder welke verantwoordelijkheid.

Een project dat die drie vragen bij de start niet beslecht, zal ze in tijdsdruk beslechten, op het ogenblik van het opmaken van de aanbestedingsdocumenten.

Bewerking Automatiseerbaar Menselijke beslissing
Extractie van hoeveelheden Ja, vanuit het model Keuze van het detailniveau
Opdeling in posten Neen Structuur van de meetstaat
Keuze van de eenheid Neen Gekozen meetconventie
Koppeling object naar post Gedeeltelijk Koppelingsregel en afwegingen

Wat zich niet laat automatiseren

Vier bewerkingen blijven menselijke beslissingen, ongeacht het gereedschap. Zij betreffen de opdeling, de eenheid, de conventie en de koppeling.

De keuze van de opdeling. Beslissen dat een prestatie één of meerdere posten vormt, behoort tot de economie van het project, niet tot de geometrie.

De meetregels. Openingen al dan niet aftrekken, meten in de as of aan de zijde, zijn conventies die bij het kader horen en niet bij het model.

De niet-gemodelleerde prestaties. Werfinrichting, beschermingen, coördinatie, proeven en afvalbeheer bestaan niet als geometrische objecten.

De kwalificatie van de hoeveelheden. Beslissen dat een hoeveelheid vermoedelijk of forfaitair is, is een contractuele beslissing.

Een aanzienlijk deel van een meetstaat volgt dus uit geen enkel model, en dat deel is precies dat wat de meeste geschillen oplevert.

Wat dit betekent voor een professional

Vier regels.

Verwar hoeveelheidsextractie niet met een meetstaat. De eerste voedt de tweede, zij vervangt ze niet.

Leg de codering bij de start vast, in de documenten voor digitale samenwerking, en niet bij het opmaken van de meetstaat.

Behandel de niet-gemodelleerde prestaties apart, door ze uitdrukkelijk op te lijsten in plaats van te hopen dat ze verschijnen.

Toets de bij de extractie toegepaste meetregels. Een tool past de conventies toe die men hem heeft gegeven, en die van het kader zijn niet zijn standaardinstellingen.

Dit artikel geeft de stand van de vakpraktijk op de controledatum weer en dient als oriëntatie. Het vervangt geen juridisch advies en geen onderzoek van het concrete geval.

Veelgestelde vragen

Het levert hoeveelheden, geen meetstaat. De overgang van een gemodelleerd object naar een post veronderstelt een koppelingsbeslissing die geen software alleen neemt.

Omdat classificatiesystemen informatie ordenen zonder de werken voor te schrijven. Er bestaat geen automatische brug tussen classificatie en meetstaat.

Bij de start van het project, in het protocol. De keuze wordt uitdrukkelijk vastgelegd, of zij nu genormaliseerd, eigendomsgebonden of projecteigen is.

De opdeling in posten, de keuze van de eenheid, de meetconventie en de koppelingsregel. Dat zijn menselijke beslissingen.

Meetstaat en bestek in België