De zes domeinen
| Domein | Wat het dekt |
|---|---|
| Brandveiligheid | minimumvoorwaarden voor ontwerp en bouw |
| Welzijn op het werk | veiligheid van arbeidsplaatsen en werven |
| Bouwproducten | op de markt brengen en markering |
| Normalisatie | statuut en publicatie van Belgische normen |
| Verbintenissenrecht | contracten, aansprakelijkheden, verplichte verzekering |
| Overheidsopdrachten | plaatsing en uitvoering |
Die zes domeinen gelden identiek in de drie gewesten, wat er de gemeenschappelijke sokkel van maakt waarop een professional die over gewesten heen werkt, kan steunen.
De brandveiligheid
Dit is het federale domein dat het ontwerp het sterkst structureert. Het betreft de brandveiligheid.
De minimumvoorwaarden waaraan het ontwerp, de bouw en de inrichting van gebouwen moeten voldoen, worden bij koninklijk besluit vastgelegd, op grond van een wet van 1979 over de preventie van brand en ontploffing. Die voorwaarden vallen onder de federale basisnormen.
Die basisnormen streven drie doelstellingen na: het ontstaan, de ontwikkeling en de uitbreiding van brand en rook beletten, ook naar naburige gebouwen; de veiligheid van personen verzekeren door evacuatie of redding; het optreden van de brandweer in goede omstandigheden mogelijk maken.
Eén bijzonderheid verdient vermelding: die basisnormen zijn geen normen in technische zin, maar verplichte reglementaire bepalingen. De terminologie is verwarrend, en het onderscheid wordt uitgewerkt in het artikel over het statuut van een norm.
Hun toepassingsgebied en uitsluitingen komen aan bod in de tak over brandveiligheid. De uitsluitingen zijn er even belangrijk als het toepassingsgebied zelf.
Het welzijn op het werk
Een domein dat ontwerpers vaak verwaarlozen, en dat toch geldt. Het betreft het welzijn op het werk op de bouwplaats.
De federale regelgeving over welzijn op het werk legt eisen op aan arbeidsplaatsen, die zich bij die van het gebouw voegen. Zij geldt zodra een gebouw werknemers ontvangt, wat vrijwel alle niet-residentiële programma's betreft.
Zij geldt ook voor de werf zelf, via de verplichtingen inzake veiligheids- en gezondheidscoördinatie, wat van die materie een reële kostenpost maakt, behandeld in de gids over de bouwkosten per m².
De bouwproducten
Een domein waar het federale niveau vooral een Europees kader toepast. Het betreft de bouwproducten.
Het op de markt brengen van bouwproducten valt onder een op Europees niveau geharmoniseerd stelsel, omgezet en toegepast op federaal niveau. De markering en de prestatieverklaringen vloeien daaruit voort.
Het centrale mechanisme is dat van het conformiteitsvermoeden: een product dat aan een geharmoniseerde norm voldoet, wordt geacht aan de overeenkomstige essentiële eisen te voldoen.
Dat mechanisme verklaart waarom productnormen een bijzondere plaats innemen onder de in bestekken aangehaalde normen, zoals de gids over meetstaat en bestek toont. Zij bepalen het op de markt brengen en niet enkel het ontwerp.
Het verbintenissen- en aansprakelijkheidsrecht
Dit is het domein met de zwaarste financiële gevolgen. Het betreft de aansprakelijkheden en de verplichte verzekeringen.
Het aansprakelijkheidsstelsel van de bouwactoren, met name de tienjarige aansprakelijkheid, behoort tot het burgerlijk recht en dus tot het federale niveau. De verplichting die aansprakelijkheid te verzekeren volgt eveneens uit een federale wet.
Die regels verschillen dus niet van gewest tot gewest, wat een merkbare vereenvoudiging is, en zij komen aan bod in het artikel over regels van de kunst en aansprakelijkheid.
Daarbij hoort ook het statuut van het beroep van architect, waarvan het verplichte optreden bij vergunningsplichtige werken uit federale wetgeving volgt. Dat verplichte karakter is eigen aan België.
De overheidsopdrachten
De regelgeving over overheidsopdrachten is federaal, terwijl de meeste aanbestedende overheden gewestelijk of lokaal zijn. Die loskoppeling verrast buitenlandse praktijkmensen vaak.
Die configuratie verklaart een Belgische bijzonderheid: de technische bestekkaders zijn gewestelijk, maar de plaatsings- en uitvoeringsregels die ze omkaderen zijn federaal.
Dit punt wordt uitgewerkt in de gids over meetstaat en bestek. De algemene uitvoeringsregels worden er uitgelegd.
Wat dit in de praktijk verandert
Drie gevolgen voor een professional.
De federale sokkel is tussen gewesten overdraagbaar. Kennis verworven inzake brandveiligheid, producten of aansprakelijkheid geldt op het hele grondgebied.
Op het juiste niveau zoeken wint tijd. De brandveiligheidseisen staan niet in de gewestelijke stedenbouwkundige codices, en ze daar zoeken is verloren tijd.
Federale evoluties raken alle projecten gelijktijdig. Een wijziging van de basisnormen brandveiligheid geldt overal op dezelfde datum, wat de opvolging vereenvoudigt tegenover de gewestelijke materies.
Dit artikel geeft de stand van de bevoegdheidsverdeling op de controledatum weer en dient als vakinhoudelijke oriëntatie. Het vervangt geen juridisch advies en geen raadpleging van de toepasselijke teksten.